Het AAS-kwaliteitsregister (AKR) biedt de mogelijkheid om opleidingen en nascholingen voor AAS-dierbegeleiders te accrediteren en aan te bieden.

Hiervoor gebruikt het AKR de applicatie PE-online, dat een groot aantal beroepen al gebruikt, waaronder bijvoorbeeld diverse medisch specialismen als psychologen, paramedici, dierenartsen en verpleegkundigen.

Accreditatie en heraccreditatieproces

Opleiders kunnen hun aanvraag om hun opleidingen, cursussen en activiteiten te laten (her)accrediteren, met PE-online digitaal indienen bij het AKR.

De Commissie van Deskundigen (CvD) beoordeelt in opdracht van het AKR de aanvragen en kan de betreffende scholing na toekenning van accreditatiepunten toevoegen aan de (na)scholingsagenda.

Autorisatie aanvragen

Om een aanvraag in te dienen, heeft u een gebruikersnaam en wachtwoord voor PE-online nodig. Als u nog geen inloggegevens heeft, kunt u eenvoudig een account aanmaken. Wanneer u een PE-online-account heeft, dan kunt u inloggen en autorisatie voor het AKR aanvragen. Na autorisatie kunt u een accreditatieaanvraag doen.

Accreditatieaanvraag indienen

Om opleidingen en nascholingen te accrediteren, toetst het AKR niet zelf de inhoudelijke kwaliteit van opleidingen en activiteiten. In plaats daarvan laat het AKR zich bindend adviseren door de Commissie van Deskundigen (CvD). Deze commissie toetst de aanvragen voor de opleidingen.

Bij de aanvraag dient u verschillende bijlagen digitaal toe te voegen. Voor de accreditatie is het namelijk van belang dat u kunt aantonen dat de opleiding of activiteit aan specifieke eisen voldoet.

Opleiders zijn zelf verantwoordelijk om de aanvraag op de juiste wijze in te dienen. Mocht u hier ondersteuning bij nodig hebben, bekijk dan de

demo van PE-online of neem contact met ons op.

Accreditatie en heraccreditatie 

Accreditatie opleiding Dierbegeleider in Animal Assisted Services (AAS)

Het AKR zet zich in voor verdere professionalisering, kwaliteitsborging en transparantie binnen het werkveld van Animal Assisted Services (AAS). Opleiders vervullen hierin een essentiële rol.

Opleidingen die aansluiten bij het landelijke opleidingsprofiel ‘Dierbegeleider in Animal Assisted Services ‘(AAS), kunnen ter accreditatie worden aangeboden bij het AKR. Accreditatie laat zien dat een opleiding voldoet aan professionele kwaliteitscriteria op het gebied van inhoud, praktijk, dierenwelzijn, veiligheid, toetsing en kwaliteitszorg.

Opleiding Dierbegeleider in Animal Assisted Services (AAS)

Totale studielast 235 uur

Opbouw

Theorie, praktijk, supervisie, literatuurstudie, stage en eindopdracht

Praktijkcomponent

75 uur praktijk/stage/supervisie

Centrale uitgangspunten

Dierenwelzijn, mens-dier interactie, ethiek, veiligheid, professionalisering en kwaliteitsborging

Na afronding van de opleiding kan de deelnemer:

1.     De basisprincipes, toepassingsgebieden en wetenschappelijke fundamenten van AAS uitleggen.

2.     Het welzijn van mens én dier waarborgen volgens geldende ethische, professionele en wettelijke kaders.

3.     Gedrag, domesticatie en ethologische principes toepassen in training, verzorging en inzet van dieren.

4.     AAS-interventies voorbereiden, uitvoeren en evalueren volgens kwaliteitsstandaarden en best practices.

5.     Contact en interactie tussen mens en dier begeleiden, begrenzen en faciliteren.

6.     Risicomanagement, hygiëneprotocollen, infectiepreventie en veiligheid toepassen in de praktijk.

7.     De rol van het dier begrijpen binnen activiteiten, therapie, levens- en leervaardigheden.

8.     Reflecteren op het eigen handelen, professionele ontwikkeling en de kwaliteit van AAS-interventies.

9.     Optreden als advocaat van het dier binnen professionele AAS-contexten.


De opleiding bestaat uit vier samenhangende onderdelen.

1. Fundamenten van Animal Assisted Services

Richtlijn studielast: 55 uur

Geschiedenis en ontwikkeling van AAS; definities en toepassingsgebieden; wetenschappelijke basis van AAS; verklarende modellen; ethiek; wetgeving; dierenwelzijn; evaluatiemethodieken.

De deelnemer kan:

·       definities en toepassingsgebieden van AAS uitleggen;

·       onderscheid maken tussen verschillende vormen van AAS;

·       wetenschappelijke en theoretische fundamenten van AAS beschrijven;

·       verklarende mechanismen van AAS toelichten;

·       ethische en professionele kaders toepassen.

Kerncompetenties: Theoretisch inzicht, professioneel handelen, ethische afweging en reflectie.

Toetsing

Bijvoorbeeld: kennistoets, casusbespreking en reflectieverslag.

Verplichte literatuur

·       Binder et al. (2024)

·       IAHAIO White Paper (2018)

·       Nawarecka-Piątek et al. (2019), hoofdstuk 1 en 2

·       Rietveld-Piepers & Enders-Slegers (2018)

·       Wohlfarth & Olbrich (2017)

Aanbevolen literatuur

·       Enders-Slegers & Hediger (2023)

·       Enders (2018)

·       Van der Steen (2019, 2020)

2. Diergericht werken: gedrag, training en welzijn

Richtlijn studielast: 75 uur

Domesticatie; ethologie; diergedrag; leerprincipes; training; dieremoties; diercognitie; welzijn; stresssignalen; opvoeding en training van dieren; impact van AAS op het dier; EHBO dier.

De deelnemer kan:

·       gedrag van dieren observeren en interpreteren;

·       trainingsprincipes verantwoord toepassen;

·       welzijnssignalen herkennen;

·       stress, spanning en overprikkeling signaleren;

·       de invloed van AAS op het dier evalueren;

·       passende begeleiding en training vormgeven.

Kerncompetenties” Observeren, analyseren, diergericht handelen en welzijnsbewaking.

Toetsing

Bijvoorbeeld: praktijktoets, gedragsanalyse, portfolio en observatieverslag.

Verplichte literatuur

·       Rediers (2021), hoofdstuk 2, 3 en 6

·       Rugaas (2002)

·       Herwijnen (2021)

·       Van Alphen (2020)

·       Nawarecka-Piątek et al. (2019), hoofdstuk 4

Aanbevolen literatuur

·       Hattinga van ’t Sant (2014, 2016)

·       Bekoff (2019)

·       Neugebauer & Neugebauer (2013)

·       Draaisma (2020)

·       AERES e-learning welzijn honden en paarden


3. Mens-dier interactie en begeleiding

Richtlijn studielast: 60 uur

Communicatie tussen mens en dier; begeleiden van interacties; structureren en begrenzen van contact; doelgericht inzetten van dieren; cliënt-dier matching; inzet van dieren binnen onderwijs, zorg, welzijn en therapie.

De deelnemer kan:

·       mens-dier interacties professioneel begeleiden;

·       passende interventies ontwerpen;

·       veilige en betekenisvolle interacties faciliteren;

·       contact tussen mens en dier structureren en begrenzen;

·       een verantwoorde koppeling maken tussen cliënt en dier.

Kerncompetenties: Communicatieve vaardigheden, interventiegericht handelen en relationele afstemming.

Toetsing

Bijvoorbeeld: praktijkassessment, casusuitwerking en reflectieportfolio.

Verplichte literatuur

·       Mills et al. (2019)

·       Nawarecka-Piątek et al. (2019)

·       Ophorst et al. (2014)

·       Rietveld-Piepers & Enders-Slegers (2018)

Aanbevolen literatuur

·       Rijpkema

·       Nikki Rethmeier

·       Sam Turner

·       PADA Infopack

·       Chin (2016)

4. Professionele kwaliteit, veiligheid en ethiek

Richtlijn studielast: 45 uur

Kwaliteitsborging; protocollen; infectiepreventie; hygiëne; risicomanagement; ethiek; wetgeving; welzijnsprotocollen; professionele reflectie; veiligheid van mens en dier.

De deelnemer kan:

·       kwaliteitsstandaarden toepassen;

·       risico’s inschatten;

·       hygiëne- en veiligheidsbeleid uitvoeren;

·       professioneel reflecteren;

·       ethische dilemma’s analyseren en verantwoorden;

·       werken volgens actuele richtlijnen en protocollen.

Kerncompetenties

Professionalisering, kwaliteitsbewaking, veiligheid en ethisch handelen.

Toetsing

Bijvoorbeeld: protocolanalyse, beleidsopdracht en reflectieverslag.

Verplichte literatuur

·       Wohlfarth & Olbrich (2017)

·       Branchevereniging welzijnsprotocollen

·       RIVM-richtlijnen

·       AERES ethische dilemma’s

Aanbevolen literatuur

·       Bekedam et al. (2021)

·       Meijboom (2012)

·       IAHAIO guidelines (2021)


Praktijkcomponent

De praktijkcomponent vormt een essentieel onderdeel van de opleiding Dierbegeleider in Animal Assisted Services (AAS). Het werken met dieren binnen begeleidings-, onderwijs-, zorg- en welzijnscontexten vraagt immers niet alleen theoretische kennis, maar vooral ook praktische vaardigheden, professionele afstemming en ervaring in realistische situaties.

Binnen de opleiding wordt daarom een verplicht minimumaantal praktijkuren opgenomen waarin de cursist actief en zelfstandig werkt met het beoogde dier. Het doel hiervan is het borgen van vakbekwaamheid, veiligheid, dierenwelzijn en professioneel handelen.

Omvang praktijkcomponent

De opleiding omvat in totaal:

·       75 uur praktijkcomponent, bestaande uit:

o   praktijktraining

o   stage/praktijkervaring

o   supervisie

o   praktijkopdrachten

o   observatie en reflectie

Daarbinnen geldt:

·       minimaal 35 uur actieve praktijkervaring met het dier in realistische oefen- of werksituaties.

Observeren van video’s, lessen of demonstraties van anderen geldt niet als individuele praktijkervaring en telt daarom niet mee binnen deze urennorm.

De praktijkuren kunnen op twee manieren worden ingevuld:

1. Praktijk onder directe begeleiding

Praktijk op locatie van de opleider, onder directe observatie en begeleiding van:

·       de opleider;

·       of een aangewezen praktijkbegeleider/supervisor.

2. Praktijk buiten de opleidingslocatie

Praktijkopdrachten binnen de eigen werk-, stage- of thuissituatie.

In dit geval:

·       legt de cursist werkzaamheden vast via video-opnamen;

·       beoordeelt de opleider deze op kwaliteit van handelen en leerdoelen;

·       formuleert de opleider vooraf duidelijke beoordelingscriteria.

Maximaal 50% van de praktijkuren mag buiten direct toezicht plaatsvinden.

De praktijkuren mogen worden uitgevoerd:

·       met het eigen dier;

·       of met een dier van iemand anders.

De praktijkcomponent is nadrukkelijk:

·       géén certificering of test van het dier zelf;

·       maar gericht op de professionele vaardigheden van de handler.

Binnen de opleiding staat centraal:

·       veilig en diervriendelijk handelen;

·       professioneel samenwerken met het dier;

·       het dier als actieve werkpartner.

Aan het einde van de praktijkperiode kan de cursist aantoonbaar:

·       het dier rustig, duidelijk en consistent begeleiden;

·       lichaamstaal en signalen van het dier herkennen;

·       stress, spanning en overprikkeling signaleren;

·       het handelen aanpassen aan welzijn en veiligheid;

·       het dier begeleiden in verschillende situaties en omgevingen;

·       eenvoudige vaardigheden aanleren aan het dier;

·       professioneel en respectvol omgaan met het dier;

·       reflecteren op het eigen handelen en de afstemming met het dier.


De praktijkcomponent wordt beoordeeld op basis van zichtbare handelingsbekwaamheid.

De beoordeling kan bestaan uit:

·       directe observatie;

·       praktijkassessments;

·       videobeoordeling;

·       praktijkopdrachten;

·       portfolio;

·       reflectieverslagen.

De toetsing richt zich onder andere op:

·       kwaliteit van contact en samenwerking;

·       timing en afstemming;

·       veilig en diervriendelijk handelen;

·       professionele houding;

·       zelfreflectie.

Alleen wanneer zowel:

·       het vereiste aantal praktijkuren;

·       als het vereiste vaardigheidsniveau

zijn behaald, kan de praktijkcomponent als voldoende worden afgerond.



Kwaliteitsborging van de opleiding

De opleiding Dierbegeleider AAS werkt vanuit landelijke kwaliteitsrichtlijnen die bijdragen aan verdere professionalisering van het werkveld van Animal Assisted Services.

Kwaliteitsborging richt zich op:

·       inhoudelijke kwaliteit;

·       deskundigheid van opleiders;

·       veiligheid;

·       dierenwelzijn;

·       praktijkgericht leren;

·       transparante toetsing;

·       professionele verantwoordelijkheid.

Om voor accreditatie in aanmerking te komen dient een opleiding aantoonbaar te voldoen aan onderstaande kwaliteitscriteria.


1. Inhoudelijke deskundigheid

De opleider:

·       beschikt over actuele kennis van AAS;

·       heeft aantoonbare praktijkervaring;

·       beschikt over relevante beroepskwalificaties;

·       werkt vanuit de laatste wetenschappelijke inzichten;

·       onderhoudt deskundigheid via nascholing en professionele ontwikkeling;

·       opleiders die onderwijs verzorgen binnen blok 2 (Diergericht werken: gedrag, training

        en welzijn) en/of blok 3 (Mens-dier interactie en begeleiding) dienen zelf te

        beschikken over een geldige registratie in het AKR-register.


2. Didactische kwaliteit

De opleider:

·       beschikt over didactische vaardigheden;

·       kan theorie en praktijk integreren;

·       gebruikt passende werkvormen;

·       biedt begeleiding, feedback en reflectie.

3. Kwaliteit praktijkbegeleiding

De opleider:

·       organiseert voldoende praktijkmogelijkheden;

·       beoordeelt praktijkvaardigheden zorgvuldig;

·       werkt met duidelijke beoordelingscriteria;

·       bewaakt kwaliteit en veiligheid;

·       biedt supervisie en reflectiebegeleiding.

4. Borging dierenwelzijn

De opleider:

·       werkt vanuit actuele welzijnsprotocollen;

·       leert cursisten stresssignalen herkennen;

·       borgt diervriendelijke trainingsmethoden;

·       voorkomt overbelasting van dieren;

·       stimuleert professioneel handelen als “advocaat van het dier”.

5. Veiligheid en professionele verantwoordelijkheid

De opleider:

·       beschikt over protocollen voor:

o   hygiëne

o   infectiepreventie

o   risicomanagement

o   veiligheid van mens en dier;

·       werkt conform actuele richtlijnen;

·       borgt een veilige leeromgeving;

·       beschikt over procedures voor incidentmelding en evaluatie.

6. Toetsing en examinering

Toetsing:

·       sluit aantoonbaar aan op de leeruitkomsten;

·       is transparant en praktijkgericht;

·       beoordeelt kennis, vaardigheden én professionele houding;

·       maakt gebruik van meerdere toetsvormen.

7. Werkveldverbinding

De opleider:

·       onderhoudt contacten met relevante organisaties;

·       betrekt actuele ontwikkelingen uit het werkveld;

·       faciliteert passende stage- en praktijkplaatsen.

8. Kwaliteitszorg en evaluatie

De opleider:

·       evalueert structureel:

o   studenttevredenheid

o   praktijkcomponent

o   leerresultaten

o   kwaliteit van begeleiding;

·       gebruikt evaluaties voor verbetering;

·       actualiseert lesmateriaal periodiek;

·       documenteert kwaliteitsbeleid en verbetermaatregelen.

9. Eisen aan het curriculum

Het curriculum:

·       bevat alle verplichte inhoudsdomeinen;

·       omvat minimaal 235 studiebelastingsuren;

·       bevat een geïntegreerde praktijkcomponent;

·       maakt gebruik van verplichte literatuur;

·       werkt aantoonbaar toe naar de vastgestelde leeruitkomsten.

10. Registratie en documentatie

De opleider:

·       registreert aanwezigheid, praktijkuren en beoordelingen;

·       bewaart portfolio’s en toetsresultaten;

·       kan aantonen hoe leeruitkomsten worden gerealiseerd;

·       verstrekt transparante informatie over:

o   inhoud

o   toetsing

o   praktijkcomponent

o   certificering

o   kwaliteitscriteria.


Literatuurlijst

Algemene definities en theorie AAS

Binder, A. J., Parish-Plass, N., Kirby, M., Winkle, M., Skwerer, D. P., Ackerman, L., et al. (2024). Recommendations for uniform terminology in animal-assisted services (AAS). Human-Animal Interactions, 12(1).

Enders-Slegers, M. J., & Hediger, K. (2023). Dieren als assistent-behandelaars? Huisarts en Wetenschap, 66(6), 27–29.

Enders, M.-J. (2018). Dieren en kwetsbare jeugd: Innovatieve interventies wanneer woorden niet werken. Jeugdbeleid, 12(2), 91–98.

IAHAIO. (2018). IAHAIO white paper: The IAHAIO definitions for animal assisted intervention and guidelines for wellness of animals involvedhttps://iahaio.org/wp/wp-content/uploads/2017/05/iahaio-white-paper-2014-dutch.pdf

Rietveld-Piepers, B., & Enders-Slegers, M. (2018). De inzet van dieren in zorg en onderwijs. In Open Universiteit.

Van der Steen, S. (2019). Dierondersteunde interventies voor mensen met Downsyndroom: (Hoe) werken ze? Down+Up, 125, 44–51.

Van der Steen, S. (2020). Therapie met dieren, is dat wat? De Pedagoog, 21(4), 24–26.

Handboeken en praktijkgerichte literatuur

Nawarecka-Piątek, M. S., Enders-Slegers, M.-J., & De Witte, T. (2019). Honden in dierondersteunde therapie en onderwijs: Een handboek voor professionals en handlers.

Rethmeier, N. (z.d.). AAI-handboek therapiehond in praktijk: Doelgerichte interventies voor professionals.

Mens-diercommunicatie en hondengedrag

Chin, L. (2016). Doggy language: A dog lover’s guide to understanding your best friend. Summersdale Publishers.

Herwijnen, I. R. van. (2021). Hondengedrag begrijpen: Zo kun je plezierig samenleven met je hond.

Rugaas, T., & Van Zanten, R. (2002). Kalmerende signalen: Wat u en uw hond elkaar vertellen. Yggdrasil.

Ethologie, gedrag en welzijn

Bekoff, M. (2019). Hondboezemingen.

Draaisma, R. (2020). Kalmerende signalen van paarden. Bloemendal Uitgevers.

Hattinga van ’t Sant, E. (2014). Seminar Adám Miklósi 2014: Bundeling van drie artikelenHondenmanieren, 4–6.

Hattinga van ’t Sant, E. (2016). Jaak Panksepp, emoties en bewustzijn bij dierenHondenmanieren, 1–10.

Neugebauer, G. M., & Neugebauer, J. K. (2013). Het gedrag van paarden beter begrijpen. Zuidnederlandse Uitgeverij.

Rediers, I. (2021). Een vlekkeloos hondenleven: Wetenschappelijke benadering van hondengedrag en welzijn. Maklu.

Van Alphen, A. (2020). Basisboek opvoeden van honden. Elmar.

Dierenwelzijn en ethiek

Aeres Hogeschool. (2024). Inzet van honden in de zorg: Ethische dilemma’s uit het werkveldhttps://www.aereshogeschool.nl/onderzoek/onderzoeksprojecten/impact-van-dierondersteunde-interventies-met-honden

Meijboom, F. L. B. (2012). Houden van dieren: Over morele rechtvaardiging, doelen en waarden bij het houden van dieren.

Wohlfarth, R., & Olbrich, E. (2017). Kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitsborging bij dierondersteunde interventies: Richtlijn voor AAI met honden (ISAAT/ESAAT/IVA) (T. Verheggen, Vert. en bew.).

Kwaliteitsborging en protocollen

AKR. (z.d.). AAI Register Nederlandhttps://www.aairegister.nl

Branchevereniging Aanbieders Dier en Zorg. (2022a). Welzijnsprotocol honden in AAS.

Branchevereniging Aanbieders Dier en Zorg. (2022b). Welzijnsprotocol paarden in AAI.

IAHAIO. (2021). Guidelines for animal-assisted interventions.

Hygiëne en zoönosen

Bekedam, H., Stegeman, A., De Boer, F., Fouchier, R., Kluytmans, J., Koenraadt, S., et al. (2021). Zoönosen in het vizier: Rapport van de expertgroep zoönosen. Rijksoverheid.

Ophorst, S., Ruis, M., Pompe, V., De Jong, M., Van der Borg, J., Beerda, B., et al. (2014). Dieren in de zorg. Ontwikkelcentrum.

RIVM. (z.d.). Ziek door dierhttps://www.rivm.nl/ziek-door-dier

Specifieke doelgroepen en contexten

Bos, S. (2023). Hoe pony’s kunnen bijdragen aan de kwaliteit van leven van mensen met dementie.  https://siekabos.nl/onderzoek/

Ferwerda-van Zonneveld, R., Caron-Flinterman, J. F., & Oosting, S. J. (2011). Programma van eisen voor landbouwhuisdieren in de zorg (1570-8616). Wageningen University & Research.  https://edepot.wur.nl/172543

Schuurmans, L., & Hofman, C. (2024). ‘Die ene glimlach doet ertoe’: Interventies met honden hebben een positieve invloed op mensen met dementie. DementieVisie, 36(5), 22–24.

Matching cliënt en dier

Mills, D., Rogers, J., Kerulo, G., Bremhorst, A., & Hall, S. (2019). Getting the right dog for the right job for animal-assisted interventions (AAI): Essential understanding of dog behavior and ethology for those working within AAI. In A. Fine (Ed.), Handbook on animal-assisted therapy: Foundations and guidelines for animal-assisted interventions.

Praktijkmateriaal en aanvullende bronnen

Edupet. (z.d.). Edupet [Lesmateriaal].

Edupet. (z.d.). Werkboek Edupet [Werkboek].

Hollingshead, T. (2020). Luister naar mij. Gottmer.

PADA. (z.d.). PADA infopack.

Rijpkema, A. (z.d.). Hond op bezoek en hond in school.

Rijpkema, A. (z.d.). Hondgenoot Billy [Kinderboek].

Sophia Stichting DierenEHBO. (z.d.). Handboek dieren-EHBO.

Turner, S. (2023). Samen een leven: Fysiek en mentaal in balans.


Tarieven accreditatie en registratie AKR

Hieronder vind je een overzicht van de tarieven die gelden vanaf 1 januari 2027.

‘Dierbegeleider in AAS’

Eerste accreditatie opleiding (235 uur) € 475

Heraccreditatie opleiding            € 240


Tarieven nascholingen, specialisaties

Ook kortdurende scholingen, workshops en bijscholingen kunnen ter accreditatie worden aangeboden.

Omvang scholing Tarief

Tot 50 uur                         €100

Tot 100 uur                        €200

Tot 200 uur                        €400

Overige maatwerktrajecten          Tarief in overleg